Bron ARBA.

ARCTIC SPITS (de ras standaard volgens de Amerikaanse ARBA)

Wij als ASC zullen deze regels opvolgen en de eerste Arctic Spitz honden zijn al in NL en lid van de ASC

Arctic Spitz de ras standaard volgens de Amerikaanse ARBA Algemene indruk
De algemene indruk is die van een kleine maar krachtige noordelijke-rashond met een aanzienlijke, degelijke botstructuur, kleine rechtopstaande oren en typische ‘husky’-markeringen.Grootte
Toy-formaat:meestal 2.268 kg – 4.0824 kg en minder dan 25.4 cm op de schouder. Miniformaat: meer dan 4.0824 kg en tot 38.1 cm lang.
Standaardformaat: 38.1 – 45.72 cm lang en over het algemeen tussen 8.1648 kg – 11.34 kg.Honden zijn zwaar voor hun lengte, met aanzienlijke/degelijke botstructuur.
Eerste generatie (F1) outcross of gekruiste honden zullen niet afgekeurd worden voor buitensporige omvang, zolang ze kleiner zijn dan 15.876 kg of 50.8 cm.
Klein maar stevig zal het sleutelwoord zijn. Kwetsbaar of fijngebouwd ten koste van het gewicht wordt gezien als niet correct, maar dat geldt ook voor een te zware hond die niet atletisch kan bewegen.
Wanneer gewicht en lengte de hond in verschillende grootteklassen plaatst, moet de hoogte worden gebruikt voor keuringsdoeleinden. Een grotere of kleinere hond is niet correcter volgens de norm, zolang ze maar binnen de standaard norm vallen.

Temperament
De Arctic Spits is een vrolijke, aanhankelijke hond met veel humor en karakter. Elke vorm van verlegenheid wordt als minpunt gezien.
Honden moeten extravert, zelfverzekerd maar niet-agressief zijn; sociaal met mensen en andere honden. Uitbundigheid mag niet worden aangezien voor agressie. Extreem verlegen en agressieve honden van elk niveau worden gediskwalificeerd.

Kleur & Markeringen
Alle kleuren en patronen zijn toegestaan. Het meest wenselijk is een witte of crème basis met op het hoofd, gezicht en rug in het typische ‘husky’ patroon, inclusief een algemeen symmetrisch masker. De markeringen kunnen elke kleur hebben, maar Merle en gestroomd hebben niet de voorkeur. Andere effen kleuren dan wit hebben niet de voorkeur.
Particolor patronen of Ierse markeringen zijn acceptabel. ‘Pinto’ -markeringen
(Inclusief gespleten gezicht) hebben minder de voorkeur, maar worden niet afgekeurd.
De neuskleur moet harmoniëren met de vachtkleur en met donkerder pigment wat de voorkeur heeft.
Ogen kunnen elke kleur hebben of een combinatie van kleuren.
Kleur en markeringen worden niet hoger beschouwd dan de bouw van een hond en ras in het algemeen – geen enkele goede hond heeft een slechte kleur.

De vacht
De vacht moet dubbel zijn, met een zachte ondervacht en schutvacht die van het lichaam af staat. Drie vachtvariëteiten zijn toegestaan, Standaard (vergelijkbaar met een Siberiër), pluche (Langere vacht aan het lichaam en een duidelijke staartpluim en kraag, vergelijkbaar met een dwergkees, Amerikaanse Eskimo of Duitse Spits) en wollig (Vergelijkbaar met pluche, maar aanzienlijk langer).
Alle drie de typen zijn kort in het gezicht. Sokken aan de voeten zijn toegestaan ​​maar mag niet overvloedig aanwezig zijn (dit kan worden ingekort voor netheid indien aanwezig.) De vacht moet lang genoeg zijn om de omtrek van de hond te benadrukken, zelfs bij standaard gecoate honden; maar een vacht die het profiel van de hond volledig verdoezelt, is overdreven en wordt afgekeurd. De vacht mag niet worden gesneden of geknipt. Een weinig trimmen voor netheid rond de tenen en staart is toegestaan. Een te korte dubbele vacht is een ernstige diskwalificatie, evenals een donzige of te zachte vacht.
Een platte ‘spaniël’-vacht wordt gediskwalificeerd.

Nek, bovenlijn, lichaam
Het lichaam is kort gekoppeld en iets langer dan hoog.
Honden beschikken over aanzienlijke botstructuur voor hun grootte. De ribbenkast is open en de borst is relatief diep tussen de voorpoten. Er is een aanzienlijke verschijning voor standaard met matige substantie en overvloedige vacht. De bovenlijn is stevig en vlak vanaf de schoft tot kruis. Het kruis is lichtjes aflopend van de ruggengraat. De nek wordt trots gedragen, gebogen, sterk en van gemiddelde lengte. De staart kan gekruld zijn op de rug of gedragen in beweging zoals een vlag, maar als hij niet is gekruld, moet hij tot aan het spronggewricht reiken. Wanner de staart gekruld is, moet deze lang genoeg zijn om een ​​losse driekwart cirkel te vormen.
Diskwalificatie: te lang lichaam, zwakke bovenlijn, staart gekruld als een ‘Varkentje’, knikstaart, te kort of te strak gekruld.

Hoofd
De uitdrukking is scherp maar lief, met een vleugje kattenkwaad. De ogen zijn amandelvormig, schuin geplaatst en van elke kleur. Ogen mogen niet te rond zijn en horen van gemiddelde grootte te zijn. De snuit is vol, van gemiddelde breedte en loopt geleidelijk taps toe naar de neus. De snuit is ongeveer 1/3 van de schedellengte. De stop is matig. Het oppervlak van de schedel is redelijk breed en licht afgerond. Oren moeten klein en driehoekig zijn en staan op de hoeken van de schedel. Het gebit moet recht zijn of geschaard. Te kleine tanden of een zwakke onderkaak worden afgekeurd zo ook de scheve kaak onder en boven voor beet.

Beweging
Beweging moet vrij, veerkrachtig en uitgestrekt en zwevend zijn. Tijdens het showen moeten de honden aan een losse lijn worden gehouden. Ganzenpas en hoogdravende beweging zijn ernstige diskwalificaties.

Voorhand
De ellebogen hebben dezelfde lengte van grond tot elleboog als van elleboog tot schoft. Ellebogen zijn parallel en strak tegen het lichaam. Van voren gezien zijn de benen recht en matig gespreid. De schouderbladen liggen onder de hoge punt van de wervelkolom en in een relaxte hoek. Koten zijn lichtjes schuin en sterk. Hubertusklauwen kunnen worden verwijderd of natuurlijk aanwezig blijven is toegestaan.
Diskwalificatie: zwakke polsen, te zwaar of licht uitgebeend, te smal of te breed van voren gezien, tenen naar binnen of naar buiten, buiten de elleboog.

Achterhand
Het achterste deel is sterk, goed gespierd en heeft voldoende botstructuur. Van achteren gezien moeten de benen recht zijn en parallel. De breedte van heup tot heup moet hetzelfde zijn als de breedte van schouder tot schouder. Achter- en voorhoek zijn gelijk. De knieën wijzen naar voren en draaien noch naar binnen noch naar buiten. De achterbenen hebben een matige hoek bij het spronggewricht en hakken. Het spronggewricht is kort, evenwijdig aan elkaar gezien van voren of van achteren en loodrecht op de grond. Het spronggewricht is ongeveer 1/3 van de totale hoogte van de achterkant van de hond.

Diskwalificatie – rechte knie, koehakken , lange hakken, glijdende hakken, te zwaar of te licht.

Voeten
Voeten moeten strak, netjes, relatief groot en ovaal van vorm zijn. Het trimmen van vacht voor netheid is acceptabel. Voeten mogen niet plat of gespreid staan.
Algemene diskwalificaties
Agressief gedrag, gladde of platte vacht, dwerg of het uiterlijk hebben van een dwerg. Bij intacte mannen, de afwezigheid van twee normale en afgedaalde testikels is ook een diskwalificatie.

ARCTIC SPITZ BREED STANDARD
Overall Impression The overall impression is of a small but powerful northern-breed dog with substantial bone, small erect ears, and with typical ‘husky’ markings. Size Toy typically 5-9 pounds and under 10” at the shoulder. Mini over 9 pounds and up to 15” tall. Standard 15-18” tall and generally between 18-25 pounds. Dogs are heavy for their height, with substantial bone. First generation (F1) outcross or crossbred dogs should not be penalized for excessive size as long as they are smaller than 35 pounds or 20”. Small but sturdy should be the watchword. Fragile or fine-boned substance at the expense of weight is faulty, but so is an excessively heavy dog which cannot move athletically. When weight and height place the dog in different size categories,
height should be used for judging purposes. A larger or smaller dog is not more correct by the standard, as long as they are within standard. Temperament The Arctic Spitz is a joyful, affectionate dog with great humor and character. Shyness of any sort is to be SEVERELY penalized. Dogs should be outgoing, confident, but non-aggressive and social with people and other dogs. Exuberance should not be penalized or mistaken for aggression. Extremely shy dogs and aggressive dogs of any level shall be disqualified. Color & Markings All colors and patterns allowed. Ideally a white or cream ground with markings on the head, face, and back in the typical ‘husky’ pattern, including a generally symmetrical mask. The markings may be of any color but merle and brindle are not preferred. Solid color dogs other than white are not preferred. Particolor patterns or irish markings are acceptable. ‘Pinto’ markings (including split-face) are less preferred but should not be penalized. Nose color should harmonize with the coat color with darker pigment to be preferred. Eyes may be any color or combination of colors. Color and markings should not be considered more highly than a dog’s general conformation and
breed type overall – no good dog is a bad color. Coat The coat must be double, with a soft undercoat and guard hairs which stand off from the body. Three coat varieties are allowed, Standard (similar to a Siberian), plush (Longer coat on the body and a distinct tail plume and ruff, similar to a Pomeranian, American Eskimo, or German Spitz), and wooly (Similar to plush, but significantly longer). All three types are short on the face. Furnishings on the feet are allowable but should not be profuse (and may be trimmed for neatness if present.) The coat should be long enough to pad the outline of the dog even in standard coated dogs, but a coat which completely obscures the dog’s profile is excessive and should be penalized. The coat should not be cut or clipped other than minor trimming for neatness around the toes and tail. An excessively short double coat is a severe fault, as is cottony or excessively soft coat. A flat ‘spaniel’ coat is a disqualification. Neck, Topline, Body The body is short-coupled and slightly longer than tall. Dogs possess substantial bone for their size. The rib cage is well sprung and the chest is relatively deep and let down between the forelegs. There is an appearance of significant forechest
and posternum with moderate substance and profuse fur. The topline is firm and level from the withers to croup. The croup is slightly sloped away from the spine. The neck is carried proudly, arched, strong, and of medium length. Tail may be curled over the back or carried out behind in motion like a banner, but when uncurled, should reach to the hock. If curled, the tail should be long enough to form a loose three-quarters circle. Fault: excessively long body, weak or roached topline, tail ‘piggy’, kinked or too short, or tightly curled. Head The expression is keen but sweet, with a hint of mischief. The eyes are almond shape, set obliquely, and of any color. Eyes should not be excessively round and are of moderate size. The muzzle is full, of medium width, and gradually tapers to the nose. The muzzle makes up approximately 1/3 of the skull length. The stop is moderate. The surface of the skull is fairly wide and slightly rounded. Ears should be small, triangular, and set on the corners of the skull. Bite should be level or scissors. Excessively small teeth or weak underjaw are faults. Snipey or fine muzzles should be faulted.
Movement
Movement should be free, springy, and floating. While showing they should be kept on a loose lead. Goosestepping and stilted movement are severe faults. Forequarters
The elbows are the same length from ground to elbow as there is from elbow to wither. Elbows are parallel and tight to the body. When viewed from the front the legs are straight and moderately spaced. The shoulder blades lay below the high point of the spine and at a laid-back angle. Pasterns are slightly sloped and strong. Dewclaws may be removed or left natural. Faults-weak pasterns, too heavy or light boned, too narrow or too wide when viewed from the front, toed in or out, out at the elbow. Hindquarters The rear assembly is strong, well-muscled, and has ample bone. When viewed from the rear the legs should be straight and parallel. The width from hip to hip should be the same as the width from shoulder to shoulder. Hind and front angulation correspond. The knees face forward and turn neither in nor out. The rear legs have moderate angulation at the hock and stifle. The hock is short, parallel to each other when viewed from the front or rear, and perpendicular to the ground. The hock is approximately 1/3 the total height of the dog’s rear.
Dewclaws may be removed. Faults- straight stifle, cow-hocks, long hocks, slipped hocks, too heavy or too light.
Feet Feet should be tight, neat, relatively large, and oval in shape. Trimming of fur for neatness is acceptable. Feet should not be flat or splayed. Disqualifications: Aggressive behavior, smooth or flat coat, dwarf or appearance of being dwarf. In intact males, the absence of two normal and descended testicles is also a disqualification.

.